Waarom jouw frambozenstruik geen vruchten geeft
Een frambozenstruik die wel mooi groeit maar nauwelijks of geen frambozen geeft, is een veelvoorkomend probleem in tuinen in en rond Leusden. Gelukkig is de oorzaak meestal goed te achterhalen. Bij frambozen draait het vooral om de juiste snoei, voldoende licht en voeding, en de keuze tussen zomer- en herfstframbozen.
Verschil tussen zomerframbozen en herfstframbozen
De belangrijkste oorzaak van uitblijvende vruchten is dat de struik op het verkeerde moment is gesnoeid. Zomerframbozen vormen vruchten op het hout dat het jaar ervoor is gegroeid. Herfstframbozen dragen juist op de nieuwe scheuten van hetzelfde jaar. Als je een zomerframboos in het voorjaar helemaal tot de grond terugknipt, haal je al het hout weg waarop de frambozen hadden moeten komen. Bij een herfstframboos kun je de oude stengels in het vroege voorjaar wel volledig afknippen, omdat hij daarna nieuwe scheuten maakt die in hetzelfde seizoen vrucht dragen.
Licht en standplaats in de tuin
Frambozen houden van een zonnige tot halfschaduwrijke plek. In een te donkere hoek, bijvoorbeeld achter een schutting of onder grote bomen, maakt de plant vooral lange, slungelige scheuten met weinig bloemen. Minder bloemen betekent automatisch minder vruchten. Plaats frambozen daarom bij voorkeur op een lichte plek met minimaal een halve dag zon en zorg dat ze niet helemaal in de luwte van dicht struikgewas staan. In een tuin als in Leusden, waar veel hagen en erfafscheidingen zijn, is een zonnige zuid of west gerichte muur of schutting vaak ideaal.
Voeding, water en bodemkwaliteit
Een arme, droge grond zorgt ervoor dat de frambozenstruik zijn energie vooral steekt in overleven in plaats van in bloei en vruchtzetting. Frambozen groeien het beste in een humusrijke, licht vochtige maar goed doorlatende bodem. Meng in het voorjaar rijpe compost of goed verteerde stalmest door de bovenlaag rond de planten. Geef in droge periodes regelmatig water, zeker tijdens de bloei en vruchtzetting, maar voorkom dat de wortels langdurig in het water staan. Een laag organische mulch helpt het vocht vast te houden en voedt de bodemleven op een natuurlijke manier.
Bestuiving en weersinvloeden
Frambozen zijn in principe zelfbestuivend, maar bij koel, nat of juist erg winderig weer kunnen bijen en andere bestuivers minder actief zijn. Dan worden er minder bloemen goed bestoven en vallen er meer kleine vruchtjes af. In een beschutte, toch luchtige hoek van de tuin is de kans groter dat bestuivers hun werk goed kunnen doen. Ook late nachtvorst kan jonge bloemknoppen beschadigen, vooral bij vroeg bloeiende zomerframbozen. Beschadigde knoppen leveren geen vruchten meer op, waardoor je oogst teleurstellend kan zijn.
Ziekten, plagen en verouderde struiken
Schimmels zoals stengelkanker of wortelrot en plagen zoals frambozenkevers kunnen de plant verzwakken en de opbrengst sterk verminderen. Aangetaste stengels herken je aan verdroogde stukken, barstjes en soms bruine of paarse verkleuringen. Knip zieke stengels tot in het gezonde hout weg en voer dit materiaal af. Een frambozenstruik die al jaren niet is verjongd, geeft vaak minder en kleinere vruchten. Laat jaarlijks een aantal jonge, sterke scheuten staan en verwijder de oudste stengels, zodat de plant steeds wordt verjongd en productief blijft.